Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

2. Meerjarige lokale lastenverlichting 2017 - 2021

Voorstel

Voorstel

Instemmen met een meerjarige lokale lastenverlichting 2017-2021:

- ten aanzien van de tarieven rioolheffing  te kiezen voor mogelijkheid 2. De oorspronkelijke lastenverlichting zetten we niet meer in voor verlaging van de tarieven rioolheffing. Zowel het gebruikers- als het eigenarendeel de tarieven rioolheffing vanaf 2018 te verlagen met minimaal 7½% tot 10%. In de loop van 2017 komen we met een nieuwe doorrekening van het GRP waarin we specificeren welk deel van de lagere lasten toegevoegd wordt aan de voorziening en welk deel ingezet wordt voor tariefsverlaging;

- ten aanzien van het vaste tarief afvalstoffenheffing stellen we voor het resterende deel lastenverlichting van de rioolheffing van € 368.000 en het deel lastenverlichting voor de afvalstoffenheffing van € 460.000 in te zetten (in totaal € 828.000) om het vaste tarief afvalstoffenheffing per perceel te egaliseren en langer op een laag niveau te houden, en mogelijk in te zetten om de VANG-doelstellingen te realiseren.

2.1 Inleiding

2.1 Inleiding

Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2017-2020 is besloten in 2017, bij de behandeling van de Kaderbrief 2018-2021, verschillende scenario’s ‘verlaging lokale lastendruk’ met u door te nemen. Dit combineren we met de budgettaire gevolgen als gevolg van de invoering notitie Rente (BBV) per 2018.

Bij de Programmabegroting 2017-2020 is € 950.000 beschikbaar gesteld voor lastenverlichting voor de rioolheffing op het gebruikersdeel (€ 490.000) en voor de afvalstoffenheffing (€ 460.000).

2.2 Lastenverlichting rioolheffing (inclusief gevolgen rente)

2.2 Lastenverlichting rioolheffing (inclusief gevolgen rente)

Door de verplichte toepassing de nieuwe regels van het BBV moeten we met een omslagpercentage van de rente rekenen. In de riolering hebben we de afgelopen 10-15 jaar veel investeringen gedaan. Per investering rekenden we de rente toe tegen de geldende dagrente van de BNG op het moment van activering van de investering. Deze rente was vele malen hoger dan de huidige berekening van het renteomslagpercentage. De wijziging in het BBV zorgt ervoor dat we ongeveer € 900.000 minder aan rente mogen toerekenen aan de riolering. Tegelijkertijd stijgen de afschrijvingslasten met ongeveer € 300.000 omdat de annuïteit verandert (de afschrijving wordt in de eerste jaren hoger). Per saldo zijn de lasten in de riolering jaarlijks € 600.000 lager. We mogen maximaal 100% kostendekkend zijn met de rioolheffing.

Scenario’s lastenverlichting rioolheffing op hoofdlijnen:

Mogelijkheid 1 (gevolg rente)
De rioolheffing verlagen met ongeveer € 600.000 (structureel). Dit komt neer op een korting op de tarieven van 20% (op het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing). Het gereserveerde deel van de oorspronkelijke lastenverlichting rioolheffing van € 368.000 (€ 490.000 minus € 122.000 lastenverlichting gebruikersdeel rioolheffing 2017) gebruiken we niet voor lastenverlichting. Dit bedrag kan worden ingezet voor lastenverlichting afvalstoffenheffing.

Mogelijkheid 2 (gevolg rente)
Een combinatie van (structureel) verlagen van de tarieven en het verhogen van de lasten binnen het taakveld/product riolering door jaarlijks een dotatie te doen aan het spaardeel van de voorziening Riolering.

Voor het verlagen van de tarieven kunnen we vanaf 2018 minimaal een korting geven tussen de 7½% en 10%. Dit als uitgangspunt. In de Programmabegroting 2017-2020 zijn we uitgegaan van 7½ %. Dit ligt ruwweg tussen de € 200.000 en € 300.000 aan lastenverlichting. Dit geldt dan zowel voor het gebruikersdeel als het eigenarendeel (de eerdere lastenverlichting voor 2017 gold alleen voor het gebruikersdeel) en is dan structureel.

In het huidige kostendekkingsoverzicht van het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 2015-2019) wordt de rioleringsvoorziening in 2027 negatief. Vanaf 2029 staan hoge (miljoenen) investeringen in de riolering gepland. Voor deze investeringen is op dit moment nog geen dekking. De verlaging van de rentelasten in de riolering biedt de mogelijkheid om nu alvast te sparen voor deze toekomstige grote investeringen, waardoor het niet/minder nodig is om over een aantal jaren het tarief (meer dan trendmatig) te laten stijgen. Het kostendekkingsoverzicht van het GRP moet hiervoor opnieuw doorgerekend worden. Dit betekent dat we later dit jaar met een update komen van het kostendekkingsoverzicht, waarin we specificeren welk deel van de lagere lasten toegevoegd wordt aan de voorziening en welk deel ingezet wordt voor tariefsverlaging.

Het gereserveerde deel van de oorspronkelijke lastenverlichting rioolheffing van € 368.000 ( € 490.000 minus € 122.000 lastenverlichting gebruikersdeel rioolheffing 2017) gebruiken we niet voor lastenverlichting. Dit bedrag kan worden ingezet voor lastenverlichting afvalstoffenheffing.

Samenvatting van mogelijkheid 2:

  • het tarief rioolheffing voor eigenaar en gebruiker kunnen we met ingang van 2018 verlagen met 7½% - 10%, een behoorlijke structurele lastenverlichting;
  • de overige uitgangspunten van het GRP 2015-2019 veranderen niet;
  • voor forse toekomstige investeringen (vanaf 2029) kan vanaf 2018 jaarlijks een bijdrage in de voorziening Riolering gestort worden;
  • het gereserveerde deel van de oorspronkelijke lastenverlichting rioolheffing van € 368.000 kan ingezet worden voor lastenverlichting afvalstoffenheffing.

2.3 Lastenverlichting afvalstoffenheffing

2.3 Lastenverlichting afvalstoffenheffing

Het nieuwe renteomslagpercentage zorgt ook bij de afvalstoffenheffing voor een lager bedrag aan toe te rekenen rente. Het gaat hier wel om een substantieel lager bedrag dan bij de riolering (ongeveer € 25.000 voor 2018, dit bedrag neemt ieder jaar af).

Het gereserveerde deel van de oorspronkelijke lastenverlichting afvalstoffenheffing (incidenteel € 460.000) kunnen we in blijven zetten om het vaste tarief afvalstoffenheffing per perceel minder snel te laten stijgen. Daarnaast kan ook het resterende deel lastenverlichting van de rioolheffing (€ 368.000) ingezet worden voor de afvalstoffenheffing (om het tarief nog langer laag te houden) en mogelijk in te zetten voor het realiseren van VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof). In totaal is dan € 828.000 beschikbaar. We hebben het voornemen om voor het realiseren van de VANG-doelstellingen Diftar+ in te voeren in de loop van 2018. In paragraaf 1.3.3 ‘Invoering Diftar+’ hebben we u hierover geïnformeerd. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om een deel achteraf terug te geven aan de inwoner (als beloning bij goed ‘scheidingsgedrag’).