4. Begrotingsuitgangspunten

4.1 Voorstel aanpassing indexatie

Terug naar navigatie - 4. Begrotingsuitgangspunten - 4.1 Voorstel aanpassing indexatie

Onderdeel van de uitgangspunten zijn de indexaties voor lonen en prijzen. Wij indexeren begrotingsbudgetten niet automatisch. Een aantal budgetten worden wel geïndexeerd. In de praktijk worden verschillende indexatiepercentages gehanteerd, zoals hieronder beschreven. Voor het onderdeel subsidies wordt geïndexeerd met het percentage voor ‘prijzen’. We lopen er tegenaan dat dit vaak niet voldoende blijkt voor de ontvangende partij. Omdat een groot deel van het subsidiebedrag ingezet wordt voor loonkosten. We stellen daarom voor om subsidies waarmee overwegend loonkosten worden betaald te indexeren door voor 80% het loonindexpercentage toe te passen en 20% het prijsindexpercentage. De hogere lasten dekken we door de ontvangen loon- en prijscompensatie vanuit de meicirculaire (zie hoofdstuk 0.1). De afgelopen jaren hadden we hier een voordeel op.  

Hoe gaan we op dit moment om met indexaties:  

  1. Eigen lonen: gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidsindex.
  2. Eigen opbrengsten (belastingen, leges, huren, pachten etc.): gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de nationale prijsindex.
  3. Budgetten sociaal domein: De budgetten van het sociaal domein worden geïndexeerd met het Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling (OVA) percentage op basis van 90% lonen en 10% prijzen. Dit geldt voor budgetten waarin de kosten hoofdzakelijk te herleiden zijn naar loonkosten (dus niet de woningaanpassingen).  
  4. Subsidies: deze worden geïndexeerd met het percentage voor prijzen zoals in de kaderbrief vastgesteld. We lopen er tegenaan dat dit in de praktijk vaak niet voldoende blijkt voor de ontvangende partij. Omdat een aanzienlijk deel van het subsidiebedrag ingezet wordt voor loonkosten.  
  5. Reguliere budgetten: deze budgetten worden niet standaard geïndexeerd. Hier wordt het ‘piep’ systeem gehanteerd. Als vanuit de afdeling het signaal komt dat het budget niet meer voldoende is, dan wordt incidenteel extra geïndexeerd. Bijvoorbeeld: het budget voor wegenonderhoud.
  6. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen: dit is gebaseerd op de begrotingen van de GR-en.  
  7. Voorzieningen: de hoogte van de voorzieningen worden niet jaarlijks geïndexeerd. Bij het opnieuw vaststellen van de onderbouwing (meerjarenonderhoudsplan bijvoorbeeld) van de voorziening wordt een nieuwe actuele doorrekening gemaakt. Waar eventueel een hogere benodigde voorziening uit kan komen.  
  8. Investeringskredieten: investeringskredieten worden niet jaarlijks automatisch geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn de investeringen die voortkomen uit het accommodatiebeleid.  
  9. Overige budgetten: er zijn een aantal budgetten die op een andere manier worden geïndexeerd. Hier liggen aparte overeenkomsten/contracten onder. Het gaat dan o.a. om:
    • Huur onderwijsgebouwen/MFA’s etc: geïndexeerd op basis van een onderwijs gerelateerd kengetal.  
    • Exploitatiesubsidies sportcomplexen: op basis van afzonderlijke contracten.  
    • Bijdragen voor bijvoorbeeld Omrin/Caparis: op basis van overeenkomsten. 

4.2 Begrotingsuitgangspunten 2027

Terug naar navigatie - 4. Begrotingsuitgangspunten - 4.2 Begrotingsuitgangspunten 2027

Voor de begroting 2027 gaan wij uit van de volgende uitgangspunten:

  • Lonen                                     + 3% (incl. pensioenpremie)
  • Prijzen                                   + 2,1%
  • OZB                                        + 2,1%
  • Forensenbelasting         + 2,1%
  • Leges                                      + 2,1%
  • Afvalstoffenheffing       100% kostendekking
  • Rioolheffing                       100% kostendekking
  • Toeristenbelasting         € 1,20 en € 1,90 per persoon per nacht 

Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn grotendeels gebaseerd op bestaand beleid. Voor een tweetal uitgangspunten, prijzen (zie hierboven bij hoofdstuk 4.1) en toeristenbelasting (zie hoofdstuk 1.2), hebben we een wijzigingsvoorstel. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven op deze uitgangspunten.  

Lonen en prijzen 
De loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op gepubliceerde cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De loonindex is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidindex. De prijsindex is gebaseerd op de nationale prijsindex. De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Subsidies waarmee overwegend loonkosten worden betaald indexeren we door voor 80% het loonindexpercentage te gebruiken en 20% het prijsindexpercentage. Dat percentage komt dan op 2,8% voor het jaar 2027. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2027) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2028 tot en met 2030) van constante prijzen.

De oorlog in het Midden-Oosten veroorzaakt een snelle stijging van de prijzen, met name door hogere energie- en transportkosten. We houden dit in de gaten en waar nodig passen we een aantal begrotingsposten aan met een hoger percentage dan hierboven in de uitgangspunten is genoemd.  

Onroerendezaakbelasting (OZB) 
Jaarlijks wordt de opbrengst OZB geïndexeerd. Bij een algehele waardedaling of waardestijging van de onroerende zaken, verhogen of verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. Bij de kaderbrief 2025 heeft de raad besloten om de opbrengst OZB woningen en niet woningen beide met € 100.000 te verhogen in 2027 en met € 200.000 in 2028 (€ 200.000 en € 400.000 in totaal). In het berekenen van de opbrengst OZB houden we rekening met areaaluitbreiding en waar nodig ook met areaalvermindering.  

Forensenbelasting  
De opbrengst wordt geïndexeerd.

Rioolheffing 
In september 2025 is het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 door de raad vastgesteld. Deze wordt iedere vijf jaar herzien. In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe de heffing zich ontwikkelt in deze periode. Aan het einde van elk jaar stelt de gemeenteraad de tarieven van de heffing voor het volgende jaar definitief vast. Dit gebeurt op basis van kostendekking. Het tarief dekt daarmee alle kosten die met watertaken gepaard gaan. Onderdeel van het huidige Wrp is, op basis van het kostendekkingsplan, de rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met 3,5% (boven op de reguliere inflatiecorrectie) om toekomstige investeringen in de riolering te kunnen blijven dekken en om uitdagingen op het gebied van klimaatverandering het hoofd te bieden.  

Afvalstoffenheffing 
Het uitgangpunt is 100% kostendekkendheid. Voor de afvalstoffenheffing is een egalisatiereserve beschikbaar.  

Toeristenbelasting 
Er is een tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen en een tarief voor andere verblijfsaccommodaties. De tarieven komen op € 1,90 en € 1,20 persoon per nacht. Hiermee sluiten we aan bij het advies van het Recreatieschap Drenthe. Zie ook hoofdstuk 1.2.