De laatst verschenen circulaire van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de Meicirculaire 2026. De definitieve uitkomsten van de Septembercirculaire 2026 delen wij u mee voorafgaand aan de behandeling van de begroting. De onderdelen van het financieel perspectief uit de kaderbrief 2027-2030 zijn primitief in deze begroting verwerkt.
We hebben bij de primitieve ramingen rekening gehouden met de hierna genoemde uitgangspunten:
- De Meicirculaire 2026 is de basis.
- De ramingen voor de jaarschijf 2027 zijn gebaseerd op de ramingen zoals die zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2026-2029.
- Autonome ontwikkelingen zijn in de ramingen verwerkt.
- De ramingen voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zijn gebaseerd op (concept)begrotingen 2027-2030 van deze regelingen voor zover deze bekend waren.
- Het uitgangspunt bij wettelijke taken is dat we ons hierbij beperken tot de middelen die het Rijk hiervoor (extra) beschikbaar stelt. Bijvoorbeeld binnen het Gemeentefonds of specifieke uitkeringen. Regelingen met een open einde karakter vormen hierbij een risico.
Daarnaast hebben we (in de primitieve ramingen) rekening gehouden met de volgende uitgangspunten die u bij de Kaderbrief 2027-2030 heeft vastgesteld:
- Lonen + 3% (incl. pensioenpremie)
- Prijzen + 2,1%
- OZB + 2,1%
- Forensenbelasting + 2,1%
- Leges + 2,1%
- Afvalstoffenheffing 100% kostendekking
- Rioolrechten 100% kostendekking
- Toeristenbelasting € 1,20 en € 1,95 per persoon per nacht
Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn gebaseerd op bestaand beleid. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven op deze uitgangspunten.
Lonen en prijzen
De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2027) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2028 tot en met 2030) van constante prijzen. Hieronder staat hoe we om gaan met de verschillende indexaties:
- Eigen lonen: Gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidsindex.
- Eigen opbrengsten (belastingen, leges, huren, pachten etc.): Gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de nationale prijsindex.
- Budgetten sociaal domein: De budgetten van het sociaal domein worden geïndexeerd met het Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling (OVA) percentage op basis van 90% lonen en 10% prijzen. Dit geldt voor budgetten waarin de kosten hoofdzakelijk te herleiden zijn naar loonkosten (dus niet de woningaanpassingen).
- Subsidies: Deze worden geïndexeerd met het percentage voor prijzen zoals in de kaderbrief vastgesteld. Subsidies waarmee overwegend loonkosten worden betaald worden geïndexeerd door voor 80% het loonindexpercentage toe te passen en voor 20% het prijsindexpercentage.
- Reguliere budgetten: Deze budgetten worden niet standaard geïndexeerd.
- Bijdrage gemeenschappelijke regelingen: Dit is gebaseerd op de begrotingen van de GR-en.
- Voorzieningen: De hoogte van de voorzieningen worden niet jaarlijks geïndexeerd. Bij het opnieuw vaststellen van de onderbouwing (meerjarenonderhoudsplan bijvoorbeeld) van de voorziening wordt een nieuwe actuele doorrekening gemaakt. Waar eventueel een hogere benodigde voorziening uit kan komen.
- Investeringskredieten: Investeringskredieten worden niet jaarlijks automatisch geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn de investeringen die voortkomen uit het accommodatiebeleid.
- Overige budgetten: Er zijn een aantal budgetten die op een andere manier worden geïndexeerd. Hier liggen aparte overeenkomsten/contracten onder. Het gaat dan o.a. om:
- Huur onderwijsgebouwen/MFA’s etc: geïndexeerd op basis van een onderwijs gerelateerd kengetal.
- Exploitatiesubsidies sportcomplexen: op basis van afzonderlijke contracten.
- Bijdragen voor bijvoorbeeld Omrin/Caparis: op basis van overeenkomsten.
Onroerendezaakbelasting (OZB)
Jaarlijks wordt de opbrengst OZB geïndexeerd. Bij een algehele waardedaling of waardestijging van de onroerende zaken, verhogen of verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. Bij de kaderbrief 2025 heeft de raad besloten om de opbrengst OZB woningen en niet woningen beide met € 100.000 te verhogen in 2027 en met € 200.000 in 2028 (€ 200.000 en € 400.000 in totaal). Bij het berekenen van de opbrengst OZB woningen houden we rekening met areaaluitbreiding en waar nodig ook met areaalvermindering.
Forensenbelasting
Voor 2027 is de opbrengst geïndexeerd.
Rioolrechten
In september 2025 is het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 door de raad vastgesteld. Deze wordt iedere vijf jaar herzien. In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe de heffing zich ontwikkelt in deze periode. Aan het einde van elk jaar stelt de gemeenteraad de tarieven van de heffing voor het volgende jaar definitief vast. Dit gebeurt op basis van kostendekking. Het tarief dekt daarmee alle kosten die met watertaken gepaard gaan. Onderdeel van het huidige Wrp is, op basis van het kostendekkingsplan, de rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met 3,5% (boven op de reguliere inflatiecorrectie) om toekomstige investeringen in de riolering te kunnen blijven dekken en om uitdagingen op het gebied van klimaatverandering het hoofd te bieden.
Afvalstoffenheffing
Het uitgangpunt is 100% kostendekkendheid. Voor de afvalstoffenheffing is een egalisatiereserve beschikbaar.
Toeristenbelasting
Er is een tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen en een tarief voor andere verblijfsaccommodaties. De tarieven komen op € 1,20 en € 1,90 persoon per nacht. Hiermee sluiten we aan bij het advies van het Recreatieschap Drenthe.