Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

De gemeente stuurt rekeningen voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en reinigingsheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen.

 

Algemene beleidslijn

Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen.

 

Bijzonderheden en ontwikkelingen

Precariobelasting
Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd (het deel voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven gaat onder de vrijstellingen vallen). Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Dat geldt ook voor Ooststellingwerf. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 geraamd in de begroting (€ 1,327 miljoen) tegen het door u vastgestelde tarief van € 2,18 per m1. De voorgenomen tariefsverhogingen precariogelden voor de periode 2017 tot en met 2019 van € 0,05 per jaar kunnen geen doorgang meer vinden.

Tegen de belastingaanslag 2017 is door Liander een beroepschrift ingediend en is het wachten op een zittingsdatum.

De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Voor het belastingjaar 2019 worden, zoals elk jaar, nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor de heffing van de onroerendezaakbelasting, gebaseerd op het prijspeil 1 januari 2018. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt. Per 1 oktober 2016 is het mogelijk om als inwoner via de Landelijke Voorziening WOZ inzicht te krijgen in de WOZ-waarden van andere (woning) panden, de WOZ waarden voor woningen zijn openbaar. Het Kadaster beheert deze Landelijke Voorziening.

Tot nu toe worden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud maar per 2022 gebeurt dit op basis van de oppervlakten (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting)

Basisregistraties
Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (de BAG). Deze verplichting geldt dus ook voor de uitvoering van de Wet WOZ. In de gemeentelijke WOZ processen spelen de in de BAG opgenomen gegevens over adressen, oppervlakten en bouwjaren een belangrijke rol. De koppeling tussen de WOZ en de BAG is in december 2016 gerealiseerd. Halverwege 2016 zijn de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de aansluiting van het Handelsregister (NHR) gerealiseerd.

Per 1 april 2016 is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) aangesloten op de Landelijke Voorziening. Het jaar 2017 is gebruikt om de BGT te koppelen aan het beheer van de openbare ruimte (BOR) en de kaart van 2014 op te werken naar de huidige stand. Vanaf 1 december 2017 is het werkelijke beheer van de BGT verder opgepakt. Dit alles heeft te maken met de BGT op naar 2020 (fase 2): voltooiing en het vervolmaken van de BGT zodat het voldoet aan de wettelijke eisen.

Ontwikkelingen
Het kabinet is, voor de verkiezingen, bezig geweest met hervorming en herziening van het belastingstelsel voor lokale overheden. Het idee was om een verschuiving te laten plaatsvinden van rijksbelastingen naar gemeentebelastingen. Daarbij komen de 'kleine' belastingen te vervallen. Dit heeft onder andere impact (korting) op de inkomsten uit het Gemeentefonds en consequenties voor de wetgeving. Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om het gemeentelijk belastinggebied te verruimen. Bijvoorbeeld door de invoering van een ingezetenenheffing en de wederinvoering van het gebruikersdeel OZB voor woningen.

Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt: Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.

Hervorming belastingstelsel door middel van het verruimen van het gemeentelijk belastinggebied wordt niet ondersteund door het nieuwe Kabinet (bron Bijzondere Ledenbrief VNG als reactie op het Regeerakkoord 2017-2012).

Afvalstoffen- en rioolheffing
Het initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Veldman (VVD) wijzigt de Gemeentewet en de Wet milieubeheer om gemeenten te kunnen verplichten de rioolheffing en de afvalstoffenheffing te laten betalen door de daadwerkelijke gebruiker en niet door de eigenaren van onroerende zaken of uit algemene middelen. Het voorstel wordt nog behandeld in de Tweede Kamer.

Op dit moment speelt ook de heroverweging van uw besluit tot invoering van Diftar+ per 1 januari 2019. Binnenkort neemt u hierover een besluit.

WOZ
De Waarderingskamer heeft besloten dat uiterlijk per 2022 de WOZ-taxaties van woningen gebaseerd zijn op de gebruiksoppervlakte. De woningen worden nu op inhoud getaxeerd. Aangezien landelijk er verschillen zijn in methodiek heeft de Waarderingskamer besloten dat alle gemeenten hun woningbestanden moeten omzetten van inhoud naar oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, CBS etc. De afnemers gaan allemaal over op de gebruiksoppervlakte waardoor het niet overgaan op de oppervlakte problemen gaat geven bij de verplichte uitleveringen naar de afnemers. De Waarderingskamer gaat dit project monitoren. In 2018 zijn we gestart met de voorbereidingen. De komende jaren staan in het teken van de invoering van het omrekenen van inhoud naar oppervlakte.

Omgevingswet
Het Kabinet is in 2011 begonnen met een grote stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor bestaande verordeningen, beleidsregels, nadere regels en besluiten. De wet dient in te gaan op 1 januari 2021. De geo-informatie moet op orde zijn, zowel van de BAG als de BGT.

 

Belastingsoorten

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De jaarlijkse macronorm stelt een maximum aan extra ozb-inkomsten die gemeenten in het komende jaar mogen ophalen. De macronorm voor 2018 is vastgesteld op maximaal 3,1% groei. De macronorm voor 2019 is nog niet bekend gemaakt. Het Kabinet wil samen met de VNG komen tot een woonlastennorm (bericht uit 2016). Daartoe zal door de werkgroep die het evaluatierapport over de macronorm OZB heeft opgesteld, de variant van woonlastennorm verder worden uitgewerkt. Hier is tot nu toe verder niets over bekend met o.a. als reden dat de gemeenten binnen de gestelde stijging zijn gebleven en ook de vorming van een nieuw Kabinet werkt hier niet aan mee.

 

Woningwaarderingsstelsel
De Tweede Kamer heeft de motie van het lid Monasch over aanpassing van het woningwaarderingstelsel per 1 oktober 2015 aangenomen. Per 1 januari 2006 was namelijk de gebruikersbeschikking WOZ voor de huurder verdwenen. Met deze aanpassing wordt dit gerepareerd en krijgen de huurders weer belang bij de verkrijging van de WOZ-waarde. Vanaf 2016 kan een huurder bezwaar maken tegen de hoogte van de WOZ-waarde. Aanpassing van de waarde kan dan doorwerken in de hoogte van de huur. De uitvoeringskosten die gemeenten maken voor bijvoorbeeld de bezwaarprocedure dekt het Rijk niet.

Rioolheffing
In maart 2015 heeft u het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In het GRP 2015-2019 is aangegeven welke kosten gemoeid zijn met de rioleringstaken van de gemeente en op welke wijze deze gedekt worden. Uit dit kostendekkingsplan is de hoogte van de rioleringsheffing voor de komende 5 jaar bepaald. In 2017 is het kostendekkingsplan geactualiseerd vanwege gewijzigde wet- en regelgeving. Het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing is vanaf 2018 verlaagd.

 

Leges
Het onderzoek naar de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen (titel 2)is door u op 26 januari 2016 besproken. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn hierbij meegenomen. De leges omgevingsvergunningen zijn voor de jaren 2016-2019 gebaseerd op 75% kostendekking. Hierbij is rekening gehouden met wettelijke kaders en rechtelijke uitspraken.

Voor 2020 moet u een nieuw standpunt innemen. In 2019 stellen we een nieuw uitgangspunt kostendekking op. Dit betrekken we bij de Kaderbrief 2020-2023.

Leges burgerzaken (titel 1 en 3): jaarlijks wordt in principe uitgegaan van 100% kostdekking. De legestarieven zijn afhankelijk van de tijdsbesteding, de maximale tarieven, de loonkosten en andere directe kosten. Als gevolg van de 10-jarige verlenging van reisdocumenten en rijbewijzen worden de komende jaren veel minder documenten afgegeven. Hierdoor dalen de inkomsten. Als gevolg hiervan komt het percentage kostendekking voor 2019 uit op 91% . We stellen voor in 2019 niet uit te gaan van 100% kostendekking. De Visie Dienstverlening 2016 wordt in 2019 herijkt. Hierbij worden ook de servicenormen en de kostendekking van de leges burgerzaken betrokken.


Toeristenbelasting
Op advies van het recreatieschap Drenthe is het tarief van de toeristenbelasting de afgelopen jaren gefaseerd in lijn gebracht met onze omliggende Drentse gemeenten. Dit in het kader van de harmonisatie van de tarieven van de toeristenbelasting. Het voorgestelde tarief van het recreatieschap – een tariefstijging van € 0,05 per jaar voor de komende 5 jaar – heeft u niet overgenomen. Het tarief voor de toeristenbelasting is door u vastgesteld op € 1,00 per persoon per overnachting. Dit tarief blijft gelden voor 2019.

 

Forensenbelasting
Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). We stellen u voor om met ingang van 2019 de trendmatige verhoging van de forensenbelasting te koppelen aan de verhoging van de OZB.

 

Afvalstoffenheffing
Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht) en een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden (Diftar). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Om het vaste tarief afvalstoffenheffing voor 2019 op een laag niveau te houden is een onttrekking uit de reserve Lastenverlichting nodig (voorheen was dit de egalisatiereserve reiniging).  

 

Reclamebelasting
U heeft op 14 december 2010 besloten tot de invoering, per 1 januari 2011, van reclamebelasting van het komgebied van Oosterwolde. De reclamebelasting houdt in dat de ondernemers een vast bedrag per jaar betalen. De gemeente legt deze belasting op en stort na aftrek van 5% beheerkosten de opbrengsten in een fonds. Met deze baten kunnen de ondernemers evenementen en activiteiten ontplooien, gericht op promotie en het zorgen voor een aantrekkelijk winkelklimaat van het centrum van Oosterwolde.

 

Kwijtschelding
We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde toets om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding.

 

Inkomsten

Lokale heffingen en leges

bedragen x € 1.000
Lokale heffingen en leges Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
lokale heffingen 9.341 9.175 9.544 9.548 9.551 8.228
leges 940 839 723 695 705 665
Totaal 10.281 10.014 10.267 10.243 10.256 8.893

Lokale heffingen

bedragen x € 1.000
Lokale heffingen Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
3.1 Thema Economische ontwikk.
Reclamebelasting 45 43 43 43 43 43
Toeristenbelasting 240 253 253 253 253 253
Totaal 3.1 Thema Economische ontwikk. 285 296 296 296 296 296
3.3 Thema Milieu
Baatbelasting 0 - - - - -
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 2.005 2.023 2.289 2.288 2.288 2.287
Rioolheffing (gecombineerd) 2.807 2.703 2.771 2.771 2.771 2.771
Totaal 3.3 Thema Milieu 4.812 4.725 5.059 5.059 5.058 5.058
6.3 Thema Financiën
Forensenbelasting 72 77 79 79 79 79
Onroerende zaakbelasting eigenaren 2.670 2.616 2.555 2.558 2.562 2.565
Onroerende zaakbelasting gebruikers 255 229 230 230 231 231
Precariobelasting 1.246 1.232 1.327 1.327 1.327 -
Totaal 6.3 Thema Financiën 4.244 4.154 4.190 4.194 4.198 2.875
Totaal Lokale heffingen 9.341 9.175 9.544 9.548 9.551 8.228

Leges

bedragen x € 1.000
Leges Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
3.2 Thema Verkeer, wegen en groen
Verharding 5 - - - - -
Totaal 3.2 Thema Openbare ruimte 5 - - - - -
3.4 Thema Bouwen en wonen
Bestemmingsplannen 44 25 25 25 25 25
Totaal 3.4 Thema Bouwen en wonen 44 25 25 25 25 25
6.2 Thema Dienstverlening
Drank en horeca 24 - - - - -
Omgevingsvergunningen, baten 385 360 400 400 400 400
Burgerlijke stand / huwelijk 14 13 13 13 13 13
Rijbewijzen / reisdocumenten baten 467 432 258 229 239 199
Secretarieleges/dienstverlening baten 1 6 25 25 25 25
Totaal 6.2 Thema Dienstverlening 890 812 696 667 677 637
6.3 Thema Financiën
IP Huisvesting en werkplek 0 3 3 3 3 3
IP Bedrijfsvoering algemeen 1 - - - - -
Totaal 6.3 Thema Financiën 1 3 3 3 3 3
Totaal leges 940 839 723 695 705 665

Kostendekking

 

Toelichting kostendekking
In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. 

Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead voor taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval en riolering. 

 

Berekening van kostendekkendheid
In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering, reiniging en leges. De uitgangspunten bij deze heffingen zijn volledige kostendekkend (rioolheffing en reinigingsheffing), 75% kostendekking (omgevingsvergunningen) en in principe kostendekking (burgerzaken). Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (62%) en van de binnendienst (80%). Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld.

 

bedragen x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Rioolheffing Begroting Reinigingsheffing
(taakveld 7.2) (taakveld 7.3)
Lasten
Lasten 2.177 2.495
Baten -34 -536
Netto lasten taakveld 2.143 1.959
Toe te rekenen lasten
Overhead 300 106
Kwijtschelding 48 90
Rente -1
Dubieuze debiteuren 7 10
Watergangen 25
BTW 248 126
Totaal toe te rekenen lasten 628 330
Totale lasten 2.771 2.289
Opbrengst heffingen -2.771 -2.289
Dekkingspercentage 100% 100%
bedragen x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Omgevingsvergunning titel 2 Leges burgerzaken titel 1 en titel 3
Lasten
Lasten 337 238
Baten 0
Netto lasten 337 238
Toe te rekenen lasten
Overhead 233 60
Totaal toe te rekenen lasten 233 60
Totale lasten 570 298
Opbrengst heffingen -425 -270
Dekkingspercentage 75% 91%
De berekening van kostendekkendheid is op basis van kosten van verkochte producten (met name tijdsbesteding per product) waarvoor we legesopbrengsten ontvangen.

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken.

 

Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2019 € 15,904 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 11,448 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 4,456 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 8,413 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal domein € 1,707 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,250 miljoen vanaf.

De benodigde weerstandscapaciteit is € 1,354 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 15,904 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

 

Grondexploitatie
Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. 

 

Openeinderegelingen
De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (WMO, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1).

Verbonden Partijen
Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw.

 

Algemene beleidslijn

Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

 

Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Risicobeheersing
Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:

  • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg);
  • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening);
  • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits);
  • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).

Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.

Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel:

Categorie Kans op voorkomen Kwantitatief Financieel gevolg
1. < of 1 keer per 10 jaar of="" 1="" keer="" per="" 10=""> 10% Geen geld gevolgen
2. 1 keer per 5-10 jaar 30% < € 25.000 €="">
3. 1 keer per 2-5 jaar 50% > € 25.000 - € 100.000
4. 1 keer per 1-2 jaar 70% > € 100.000 - € 500.000
5. 1 keer per jaar of meerdere keren per jaar 90% > € 500.000

Kwantificeerbare risico's

De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de jaarstukken 2017 € 245.000 hoger. Dit heeft een aantal oorzaken:

  • Risico 'afrekening achteraf re-integratie en inburgering' is verwijderd. Het beheer is grotendeels op orde. Daarom is het niet nodig om hier nog een bedrag voor op te nemen in het weerstandsvermogen. (-/-  € 44.000)
  • Risico 1a 'vangnetuitkering wordt niet toegekend' is niet van toepassing voor 2019 omdat we geen gebruik verwachten te maken van de vangnetuitkering. (-/- € 141.000)
  • Risico 1b 'afwijking WWB budgetten' is hoger omdat we in de begroting rekening hebben gehouden met een lager tekort. Daarnaast worden jaarlijks de bedragen aangepast. (+ € 95.000)
  • Risico 2 'Bijstelling AU' is verhoogd omdat de integratie uitkering Sociaal Domein van 2019 ook onderdeel uitmaakt van de algemene uitkering. (+ € 160.000)
  • Risico 3 'Overschotten in het BCF' is nieuw. Zie ook meicirculaire 2018. (+ € 175.000)
  • Risico 9 'diverse gerechtelijke procedures' is aangepast. (+ € 148.500)
Nr. Risico en beheersmaatregel Kans op voorkomen risico Financieel gevolg Benodigde weerstands-capaciteit
1a. Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend - - -
Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2019 is dit risico minimaal omdat we geen gebruik verwachten te maken van de vangnetuitkering.
1b. Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is 2 4 € 103.000
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort.
Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk.
2. Risico: bijstelling algemene uitkering gemeentefonds (AU) - - € 430.000
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en verwerken we in de begroting.
3. Overschotten in BTW compensatiefonds (BCF) 3 4 € 175.000
Toelichting risico: Als er overschotten zijn in het BCF worden deze (in het lopende jaar) toegevoegd aan het gemeentefonds. De verwachte voorschotten hebben we voor 50% meegenomen in de meerjarenraming. Voor 2019 gaat het om € 350.000.
Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we. Als er nieuwe informatie is over het BCF dan verwerken we deze in de begroting.
4. Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen 1 3 € 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restandschuld te voldoen.
Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie.
5. Risico: garanties woningbouwcorporaties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ nog worden aangesproken.
Beheersmaatregel: het door het waarborgfonds verstrekte overzicht beoordelen we en daarnaast beoordelen we bij een individuele aanvraag de situatie.
6. Risico: National Hypotheek Garantie 1 4 € 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties.
Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties.
7. Risico: overige garanties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs.
Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties.
8. Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie 5 4 € 90.000
Toelichting risico: Bij (gedeeltelijke) leegstand lopen de exploitatiekosten van het gebouw door terwijl de inkomsten wegvallen. De exploitatie van de M.F.A’s komt daarmee onder druk te staan. Op dit moment is er (gedeeltelijk) leegstand in MFS de Boekebeam door het opheffen van obs Dalton Mst van Hasseltschool en bij MFA de Samensprong.
Beheersmaatregel: in 2013 is de ‘Visienota toekomst basisonderwijs in Ooststellingwerf’ door u vastgesteld, waarin de mogelijkheden staan voor het toekomstig onderwijslandschap. In maart 2012 is de notitie ‘platteland aan zet’ door u vastgesteld waarin de kaders zijn geschetst van het na te streven voorzieningenpeil.
9. Risico: diverse gerechtelijke procedures 5 4 € 431.000
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt.
Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims.
10. Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers - - PM
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, het bewaken en beveiligen wordt aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt.
TOTAAL € 1.354.000

Sociaal Domein

Algemeen Sociaal Domein
De risico’s binnen het Sociaal Domein zijn in te delen in 2 soorten risico’s. Enerzijds de risico’s op basis van landelijke ontwikkelingen en anderzijds de lokale risico’s.

Landelijke ontwikkelingen

  • We krijgen minder budget van het Rijk, terwijl onze lasten wellicht wel hetzelfde blijven. Impact € 1,4 miljoen t.o.v. begrotingsjaar 2017: 2019 € 400.000; € 500.000 in 2020 en in 2021 nog eens € 500.000.
  • Er komt een nieuwe wet, die een andere invulling geeft aan het woonplaatsbeginsel. Op dit moment zitten wij aan de gunstige kant. Er is geen instelling voor Jeugdigen binnen onze gemeente grens. Daarom zijn eventuele Jeugdigen vanuit Ooststellingwerf in instellingen geplaatst, bij een andere gemeente, die vervolgens ook de financiële last heeft gedragen. De wet gaat er voor zorgen dat de gemeente waarin de cliënt ingeschreven is de kosten zal dragen. Gemiddeld bedragen de kosten voor een Jeugdige in een instelling € 71.000 per jaar. Uitgaande van de aan ons verstrekte gegevens zouden wij ongeveer 13 Jeugdigen doorverwezen hebben naar een instelling. 
    Ingeschat risico: tussen € 0 en € 1 miljoen per jaar.

  • De landelijke tendens is dat de zorgkosten voor jeugd blijven toenemen. Er is nog niet bekend wat de oorzaak is en of deze trend zich ook bij ons voordoet.
    Ingeschat risico: PM

  • Het werkelijke inzicht in de lasten (voor met name Jeugd, regionaal) is nog niet goed in beeld. Hiervoor zijn we te afhankelijk van derden en hebben we gemerkt dat de zorgaanbieders de basis nog niet op orde hebben. Daarnaast wordt dit beeld bevestigd doordat we zelfs nu nog rekeningen krijgen van instellingen over 2016 en dat loopt nog steeds door.
    Ingeschat risico: PM

  • Er is een wetsvoorstel in de maak die bepaalt dat de eigen bijdragen, die betaald moet worden voor zorg, worden vastgesteld op een maximum tarief. Hierdoor wordt de zorg wellicht toegankelijker gemaakt voor mensen die het nu zelf regelen, doordat ze de eigen bijdrage momenteel te hoog vinden. Naast deze ontwikkeling staat dus ook nog dat we minder eigen bijdrage zullen ontvangen. Dus feitelijk gaat dit twee kanten op.
    Ingeschat risico: PM

  • Door diverse lobby’s van met name centrumgemeenten bestaat de kans dat er een herverdeling plaats zal vinden van de budgetten. Deze gemeenten laten over het afgelopen jaar tekorten binnen het Sociaal Domein zien. 
    Ingeschat risico: PM

  • Vanaf 2019 worden de budgetten van het Sociaal Domein opgenomen in de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Hierdoor zijn deze niet meer gelabeld aan het domein, en worden de algehele maatstaven, zoals opgenomen bij de algemene uitkering, gehanteerd voor de verdeling van de budgetten. We hebben er voor gekozen om in ieder geval voor 2019 nog budgettair neutraal te begroten.
    Ingeschat risico: PM

Lokale ontwikkelingen

  • In 2018 is gestart met een resultaatafhankelijke projectfinanciering bij Jeugd. Dit is iets geheel nieuws. De verwachting is dat dit een positief effect zal hebben voor de mensen, maar het financiële effect is nog onbekend.
    Ingeschat risico: PM

Samengevat:
Kwantificeerbare risico’s = € 400.000 tot € 2.400.000.
Daarnaast een groot aantal PM risico’s.

 

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het Centraal Administratiekantoor (CAK). De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door deze systematiek heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de WMO geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen krijgen.

 

Jeugdzorg
De tendens is dat de jeugdzorg duurder wordt. De achtergronden en oorzaken zijn nog niet echt helder, maar er is een opwaartse druk op de uitgaven zichtbaar aan het worden. Een van de oorzaken ligt in een voorgenomen wetswijziging die ervoor zorgt dat het zogenaamde woonplaatsbeginsel voor jeugdigen die in een instelling verblijven wordt aangepast. Op dit moment komen de kosten voor rekening van de gemeente waarin de instelling is gehuisvest. Na de wijziging vindt dit plaats door de oorspronkelijke gemeente waar de jeugdige vandaan komt.

 

Participatiewet
Met de Participatiewet is de instroom in de Sociale Werkvoorziening Fryslân (SW) gestopt. De gemeenten kiezen ervoor om de Participatiewet niet gezamenlijk uit te voeren via de uitvoeringsorganisatie voor de sociale werkvoorziening (Caparis). Dit maakt een herstructurering en verantwoorde versnelling noodzakelijk in de afbouw van Caparis. De wijze waarop dit plaatsvindt is momenteel in onderzoek. Medio 2017 is het eerste concept van het herstructureringsplan besproken. Dit plan is nog in ontwikkeling.

Ook worden we geconfronteerd met oplopende kosten als gevolg van het jaarlijks oplopend verschil tussen de rijksbijdrage en de werkelijke SW-loonkosten (het zogenaamde subsidietekort van Caparis). De subsidie per arbeidsplaats (SE) loopt van € 23.500 over 2019 terug tot € 23.095 in 2021.

 

Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Door de wijziging in het BBV is er vanaf 2017 ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans.

 

Kengetallen Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Netto schuldquote 42% 49% 46% 42% 39% 35%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 36% 46% 43% 38% 35% 31%
Solvabiliteitsratio 39% 33% 32% 34% 35% 37%
Structurele exploitatieruimte -1% 0% 2% 2% 1% 1%
Grondexploitatie 4% 1% 2% 2% 1% 1%
Belastingcapaciteit 91% 91% 89% 90% 92% 94%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) -2.203 -2.521 -1.371 -134 -139 90

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie
Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Echter de begroting is minder robuust geworden. Het jaren geleden ingezette financiële beleid heeft ertoe geleid dat de financiële positie is versterkt.

Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. De netto schuldquote neemt af. Het verder afbouwen van de leningenportefeuille zetten we voort in de komende jaren, dit gebeurt o.a. door het zo veel mogelijk volledig benutten van de kasgeldlimiet. Hierdoor stijgt wel de kortlopende schuld.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit gemiddeld is.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Grondexploitatie           
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 2% geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 89% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten.

Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo
De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2019 is negatief omdat we veel gaan investeren.

 

Geprognosticeerde balans
De geprognosticeerde balans biedt inzicht op hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De balans is opgesteld op basis van bestaand beleid.

 

Bedragen x € 1.000
Activa 31-dec-17 31-dec-18 31-dec-19 31-dec-20 31-dec-21 31-dec-22
Vaste Activa
Immateriële Vaste Activa 1.597 1.556 1.514 1.473 1.431 1.389
Materiele Vaste activa 60.100 59.372 57.886 55.578 53.306 51.148
Financiële vaste activa 5.867 5.562 5.356 4.402 4.315 4.229
Totaal Vaste activa 67.564 64.935 63.242 59.980 57.621 55.377
Vlottende activa
Voorraden 2.835 1.254 1.220 1.102 762 399
Vordering 4.866 4.866 4.866 4.866 4.866 4.866
Liquide middelen - - - - - -
Overlopende activa 510 510 510 510 510 510
Totaal Vlottende activa 8.211 6.630 6.596 6.478 6.138 5.775
Totaal Activa 75.775 71.565 69.838 66.458 63.759 61.152
Passiva 31-dec-17 31-dec-18 31-dec-19 31-dec-20 31-dec-21 31-dec-22
Vaste passiva
Eigen vermogen 29.478 23.643 22.418 22.611 22.330 22.437
Voorzieningen 10.197 9.434 9.288 8.961 9.103 9.086
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer 26.367 25.304 23.240 19.874 15.907 14.437
Totaal Vaste passiva 66.042 58.381 54.946 51.446 47.339 45.960
Vlottende passiva
Vaste schulden met een rentetypische looptijd tot 1 jaar of korter 3.761 9.561 9.561 9.561 9.561 9.561
Overlopende passiva 5.973 3.623 5.331 5.451 6.858 5.630
Totaal Vlottende passiva 9.734 13.184 14.892 15.012 16.419 15.191
Totaal Passiva 75.776 71.565 69.838 66.458 63.759 61.152

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

 

Financiële consequenties

bedragen x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
2. Welzijn & educatie
Huisvesting onderwijs -2.347 -1.528 -1.421 -1.443 -1.416 -1.429
Welzijn- en sportaccommodaties -903 -1.042 -840 -839 -839 -816
3. Ruimtelijke & economische ontwikk.
Baatbelasting 0 - - - - -
Bruggen en oevervoorzieningen -62 -103 -63 -63 -63 -63
Openbaar Groen -543 -627 -571 -571 -549 -548
Rioleringen -1.680 -1.659 -1.703 -1.721 -1.721 -1.720
Rioolheffing 2.758 2.646 2.712 2.712 2.712 2.712
Verhardingen -1.531 -1.580 -1.269 -1.269 -1.019 -1.018
Verkeersvoorzieningen -315 -280 -241 -239 -273 -271
6. Bestuur & Dienstverlening
Automatisering -1.151 -1.178 -1.043 -1.041 -1.041 -1.036
Totaal onderhoud kapitaalgoederen -5.774 -5.350 -4.439 -4.474 -4.208 -4.188

Wegen, kunstwerken en verlichting

Wegen
Beleidskader
De gemeente maakt bij het beheer van haar wegen gebruik van een wegbeheersysteem dat een CROW-keurmerk keurmerk voor wegbeheer heeft (CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). De MOP (Meerjarenonderhoudsplanning) Wegen is vastgesteld. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is in 2013 door u vastgesteld.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

 

Civieltechnische kunstwerken
Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig.
Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

 

Openbare verlichting
Beleidskader
De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. In 2018 is besloten om de traditionele lichtpunten versneld te vervangen door led lichtpunten.  Hiervoor is een investeringskrediet beschikbaar gesteld.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

 

Groen, riolering en gebouwen

Groen
Beleidskader
Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen (IMAG-normen) te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’. Er wordt een nieuw Biodiversiteitsplan, inclusief uitvoeringsagenda, opgesteld. Het Biodiversiteitsplan vervangt na, na vaststelling, de Notitie Groenbeleid 2011.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

 

Riolering
Beleidskader
In maart 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In dit plan zijn de ambities van de gemeente op het gebied van de invulling van de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht vastgelegd. Evenals welke activiteiten we moeten uitvoeren om deze ambities te halen. Ook is aangegeven welke kosten hiermee gemoeid zijn en op welke wijze deze gedekt worden. De rioolheffing hoeft, buiten de inflatiecorrectie, niet te stijgen gedurende de periode 2015-2019. Samen met het GRP 2015-2019 is een besparingsnotitie voorgelegd. Daarin staat omschreven op welke wijze we (in samenwerking met Weststellingwerf en Opsterland) vormgeven aan de besparingsopgave die in het Nationaal Bestuursakkoord Waterketen (2010) is vastgelegd. De resultaten van deze besparingsnotitie zijn verwerkt in het kostendekkingsplan dat bij het GRP 2015-2019 hoort. Vanaf 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie het zwaartepunt bij het uitvoeren van de gemeentelijk riolerings- en watertaken. 

Financiële gevolgen in de begroting
De in het GRP 2015-2019 aangegeven kosten worden gedekt door de inkomsten van de rioolheffing. Het GRP 2015-2019 is de basis voor de gemeentelijke begroting.  De inkomsten vanuit de rioolheffing worden gebruikt om investeringen in de vrijvervalrioleringen direct af te boeken, om de exploitatielasten te dekken en om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden. 

De uitwerking van het Deltaplan Klimaat adaptatie past nu binnen de huidige begroting. Het doel is om in het volgende GRP de klimaatadaptatie strategie van Ooststellingwerf vast te leggen en de financiële gevolgen daarvan in beeld te brengen.

 

Gymnastieklokalen
Beleidskader
Per 1 januari 2015 is het “onderhoud buitenkant” van de onderwijsgebouwen overgeheveld naar de schoolbesturen. De voorziening ‘Onderhoud onderwijsgebouwen en gymlokalen’ is daarom in 2015 opgeheven. Hiervoor is de voorziening ‘Onderhoud gymnastieklokalen’ in de plaats gekomen. De instandhouding van gymnastieklokalen blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De onderlegger hiervan is de MOP 2015-2024 Gymnastieklokalen.

Financiële gevolgen in de begroting
De werkzaamheden worden binnen de financiële kaders uitgevoerd.

 

Overige gebouwen
Beleidskader
Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgenomen. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen ‘De Weijert’, gemeentelijke monumenten en woningen. De gemeentelijke gebouwen inspecteren we periodiek voor het actualiseren van de MOP’s.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

 

Sport en ICT

Sportaccommodaties
Beleidskader
Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst te Oosterwolde en sporthal de Bongerd te Haulerwijk) met dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Voor de andere B (= het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar. SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteed aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal te Appelscha voor een periode van 10 jaar.

Financiële gevolgen in de begroting
Op basis van de MOP's 2017-2026 van de B's, is de jaarlijkse dotatie van € 144.000 per 2017 in de onderhoudsvoorziening stopgezet. De dotatie in de onderhoudsvoorziening van de Steegdenhal is verlaagd naar € 15.500. Het planmatig onderhoud wordt conform de MOP uitgevoerd. In 2018 zijn de MOP's geactualiseerd, de mogelijke financiële gevolgen worden meegenomen bij de Voorjaarsrapportage 2019.

 

Sportterreinen
Beleidskader
Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. Om tot een gelijkmatige verdeling van de veldrenovaties te komen, is in 2013 een MOP 2014-2018 (renovatieplan) grassportvelden opgesteld. U heeft in 2016 besloten het sportcomplex Waskemeer met een wetraveld uit te breiden.

Financiële gevolgen in de begroting
De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden zijn afgestemd op de beschikbare middelen. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2014-2017 is besloten vanaf 2014 jaarlijks voor de renovatie van grassportvelden (1 toplaag) € 45.000 (incl. BTW) beschikbaar te stellen. De kosten voor het specialistisch onderhoud van het wetraveld Waskemeer is voor rekening van de gemeente.

De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. Er is een aanvraag ingediend voor een uitgebreide omgevingsvergunning voor het sportcomplex Waskemeer. Na het succesvol verlopen van het dit proces kan het wetraveld worden gerealiseerd.

 

ICT
Beleidskader
De afgelopen jaren zijn Rijksprogramma’s zoals iNUP en dienstverleningsconcepten zoals ‘Overheid geeft Antwoord' leidend geweest voor de ontwikkelingen op het gebied van digitale dienstverlening. Hieraan gerelateerde investeringen waren vooral gericht op het verbeteren van ICT-basisvoorzieningen en -registraties (de ‘bouwstenen’ zoals de Basisregistratie Personen en de Basisregistratie Adressen & Gebouwen) en het verbeteren van werkprocessen en ICT-systemen.

‘Digitale overheid 2017’ en ‘Digitale Agenda 2020’ zijn de nieuwe richtinggevende programma’s. Deze programma’s maken deel uit van het nieuwe OWO Informatiebeleidsplan 2017-2020. Dat beschrijft de verdere richting van de informatievoorziening van de gemeente(n). De verdergaande digitalisering vraagt daarnaast continue onderhoud en aandacht voor beveiliging en beschikbaarheid van systemen. Ook het borgen van het prestatieniveau van de ICT-systemen blijft zeer belangrijk voor ons. Om deze uitdagingen te kunnen waarborgen op financieel gebied, zijn in het meerjarig investeringsplan ICT/Dienstverlening onder andere de vervangingsinvesteringen opgenomen. Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland hanteren zo veel mogelijk eenzelfde schema, zodat we inkoopvoordelen kunnen halen. We onderzoeken nog hoe we tot een OWO ICT-begroting en vervangingsschema kunnen komen.

Naast het Informatiebeleidsplan werken we met een I&A Jaarplan. Hierin zijn de meer projectmatige activiteiten opgenomen, zoals het harmoniseren van het applicatielandschap van (OWO) vakafdelingen. Werkzaamheden op dit gebied worden sinds 2015 vanuit een centraal OWO-team uitgevoerd.

Financiële gevolgen in de begroting
De ICT-projecten zijn afgestemd op de beschikbare middelen. De exploitatiekosten blijven onverminderd hoog, onder andere door hoge licentiekosten. Door jaarlijks eventuele overschotten over te hevelen (zoals met u is afgesproken), kunnen we tekorten in latere jaarschijven opvangen. Zo lijken de middelen vooralsnog voldoende om onze ambities te realiseren en de exploitatie te dekken. Het is nog niet duidelijk wat het effect van een gezamenlijke OWO ICT-begroting is. Eventuele tekorten (of overschotten) verantwoorden we in de voor- of najaarsrapportage. Of we betrekken ze bij de Programmabegroting.

 

Paragraaf 4 | Financiering

Paragraaf 4 | Financiering

De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken.

 

Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Algemene beleidslijn
De financiële verordening Ooststellingwerf 2017 is door u op 20 februari 2018 vastgesteld. In artikel 13 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

 

Risicobeheer
Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden.. De kasgeldlimiet voor 2019 bedraagt € 5,8 miljoen (8,5 % van het begrotingstotaal 2019 van afgerond € 68,4 miljoen).

Renterisiconorm
De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in de jaren 2019-2022 naar verwachting niet wordt overschreden.

 

bedragen x € 1.000
Rente risiconorm Begroting MJB MJB MJB
2019 2020 2021 2022
Renterisiconorm
Lasten begroting 68.360 67.603 67.464 66.033
Percentage renterisiconorm 20% 20% 20% 20%
Totaal renterisiconorm 13.672 13.521 13.493 13.207
Aflossingen en renteherzieningen
Reguliere aflossingen geldleningen 5.000 8.100 7.700 2.500
Geldleningen met renteherzieningen - - - -
Totaal aflossingen en renteherzieningen 5.000 8.100 7.700 2.500
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 8.672 5.421 5.793 10.707

Leningenportefeuille

Opgenomen gelden
De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De leningen zijn onderverdeeld in leningen opgenomen voor onze eigen huishouding en leningen opgenomen ten behoeve van woningcorporaties. Deze leningen zijn met een renteopslag weer doorgeleend naar de corporaties (sinds 1999 zijn we hiermee gestopt).

 

bedragen x € 1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Eigen leningen Woningbouw leningen
Bedrag Gemidd. rente Bedrag Gemidd. rente
Stand per 1 januari 2019 22.600 1,84% 2.704 3,21%
Nieuwe leningen 3.000 -
Reguliere aflossingen -5.000 -64
Vervroegde aflossingen - -
Stand per 31 december 2019 20.600 1,93% 2.640 3,23%

Het gemiddelde rentepercentage begin 2019 is als volgt berekend: rente 2019 / stand 1-1-2019. Het gemiddelde rentepercentage eind 2019: rente 2020 / stand per 31-12-2019. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is geen rekening gehouden met herfinanciering. Per saldo lossen we € 2 miljoen af op de leningenportefeuille. De leningenportefeuille is in 2014 en 2015 geherfinancierd door middel van leningen met uitgestelde stortingen. Hiermee voldoen we aan het uitgangspunt dat we de leningenportefeuille verder afbouwen. Hierdoor nemen de totale rentelasten af.

Uitgezette gelden
De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn, om in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we vordering af ten laste van het lopende boekjaar.

 

bedragen x € 1.000
Leningenportefeuille uitgezette gelden Bedrag
Leningen aan woningcorporaties 2.704
MFC Oldeberkoop 257
Volkskredietbank 119
Sportverenigingen 24
Dorpshuizen 27
Stichting Stimuleringsfonds (duurzaamheids- en blijversleningen) 600
Stand per 1 januari 2019 3.731

Overig
Schatkistbankieren
Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven het drempelbedrag van 0,75% van de begroting, moeten stallen bij het Rijk.

Liquiditeitsprognose
Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille de komende jaren verder kunnen afbouwen door het aantrekken van deels fix en/of lineaire leningen.

Renteschema
Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen.

 

bedragen x € 1.000
Renteschema 2019 Bedrag
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 501
b. De externe rentebaten (idem) -135
Saldo rentelasten en rentebaten 366
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend 1
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden -87
toegerekend
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor 89
is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden
toegerekend
3
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 369
d1. Rente over eigen vermogen -
d2. Rente over voorzieningen -
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 369
e. De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag 0,6%) -366
Renteresultaat op het taakveld Treasury 3

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

De gemeente Ooststellingwerf wil met lef en passie werken aan duurzame en toekomstbestendige initiatieven. Groot en klein, van binnen en van buiten de organisatie. Met een mentaliteit die gebaseerd is op daadkracht, op 'meer doen, minder praten'. Vertrouwen in de kracht van medewerkers én inwoners is de basis onder het (samen)werken. We willen meer faciliteren dan regisseren, initiatief van buitenaf omarmen en zo het woon- werk-, en leefklimaat in Ooststellingwerf op continue basis verbeteren.

 

Interbestuurlijk toezicht en Human Resource Management

Interbestuurlijk toezicht
In 2018 hebben we uitvoering gegeven aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht/Wabo, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie.
In 2018 hebben we de te beoordelen stukken (toezichtsjaar 2017) vóór 15 juli aangeleverd bij de provincie. Op basis hiervan heeft de provincie getoetst of onze gemeente voldoet aan de wettelijke bepalingen uit voornoemde wetgeving. U bent geïnformeerd via een mededeling over de beoordeling van de provincie en onze verantwoording. De borging en uitvoering hebben we binnen de bestaande budgetten uitgevoerd.

 

Human Resource Management
Om het personeelsbeleid goed te laten aansluiten bij de koers van de organisatie hebben we in 2018 in dialoog met medewerkers de thema's bepaald voor het nieuwe strategische personeelsbeleid. De centrale vraag is: wat hebben afdelingen, teams en medewerkers nodig om verder te kunnen bouwen en de visie te realiseren? We zijn in 2018 gestart met een traject voor medewerkers om de rolinvulling en samenwerking met gemeenteraad en college te optimaliseren. Begin 2019 worden andere onderdelen van het strategisch personeelsbeleid verder uitgewerkt en start de uitvoering

 

Financiën, Planning & Control & Juridische kwaliteitszorg

Financiën, Planning & Control
De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol.

In 2016 is de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in werking getreden. Vergelijkbaarheid tussen gemeenten en toegankelijkheid en transparantie van informatie staan centraal in deze vernieuwing. In de begroting 2017 zijn nagenoeg alle wijzigingen opgenomen en/of verwerkt. In de begroting 2018 zijn de budgettaire gevolgen van invoering van de notitie Rente van de BBV verwerkt. Bij de behandeling van de Kaderbrief 2018-2021 hebben we u hierover geïnformeerd.

In 2017 is de online presentatie van alle P&C-producten (vanaf 2016) binnen de P&C-cyclus via het digitale portaal https://ooststellingwerf.begrotingsapp.nl beschikbaar. 
In 2019 gaan we onderzoek doen naar kostenbeheersing in het Sociaal Domein.

 

Juridische kwaliteitszorg (JKZ)

De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) van het team Bedrijfsvoering zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. Zij ondersteunen daarnaast het bestuur en de organisatie met juridische advisering bij beleidsontwikkeling en uitvoering.

Om deze kwaliteit te borgen blijven we investeren in kennis en kunde (door uitwisseling van informatie, casusanalyse, opleidingen en trainingen) en vroegtijdige betrokkenheid van de juridisch adviseurs van BJZ bij dossiers. We blijven de “informele aanpak” stimuleren en inzetten: eerst het goede gesprek. We zetten met goed resultaat (pre)mediation in. Dit blijkt uit de jaarverslagen van de Algemene en Sociale Kamer van de commissie van advies voor de bezwaarschriften en de klachtenfunctionaris.

Voor de komende periode staat het vervolg van de herijking juridische kwaliteitszorg en juridische control op de agenda. Speerpunten hierbij zijn juridische scholing, nadere borging van JKZ in de teams en alternatieve geschillenbeslechting door mediation en bemiddeling. Daarnaast zal aandacht besteed worden aan de bevindingen in het (nog te verschijnen) rapport van de Rekenkamercommissie inzake juridische kwaliteitszorg.

 

Rechtmatigheid, Inkoop, Informatiebeveiliging en Privacy

Rechtmatigheid
Betrouwbaarheid en rechtmatig handelen binnen wet & regelgeving is een belangrijk punt voor de gemeente. Jaarlijks leggen we in het Interne Controle plan de uitvoering van de verbijzonderde interne rechtmatigheidscontrole vast. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden.

 

Inkoop
In 2017 is ter bevordering van lokale/regionale inkoop de OWO inkoopkalender en de hieraan gekoppelde twitteraccount verder vervolmaakt. De besturen van de OWO commerciële clubs hebben hier onlangs positief op gereageerd. Ter verbetering van de leveranciersrelaties is er een aanvang gemaakt met de implementatie van past performance. In het kader van duurzaamheid en onze voorbeeldrol hierin hebben we onlangs het manifest verantwoord inkopen (MVI) ondertekend.

 

Informatiebeveiliging en privacy
Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Ons informatiebeveiligingsbeleid is volledig gebaseerd op het treffen van passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). In 2019 zullen alle losstaande overheidsbaselines worden vervangen door de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), zodat er één normenkader ontstaat voor gemeenten, provincies, waterschappen en rijk.  De implementatie van de BIO in 2019 heeft ook gevolgen voor de verantwoordingssystematiek met behulp van ENSIA. Het jaar 2019 geldt als een overgangsjaar, zodat vanaf 2020 daadwerkelijk volgens het nieuwe normenkader gewerkt en verantwoord moet gaan worden.  De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Beveiliging van onze gegevens en sturen op houding en gedrag vraagt continu aandacht en investeringen. De gemeente zet diverse instrumenten in om de informatiebeveiligingsbewustzijn te optimaliseren. Jaarlijks toetsen we door middel van zelfevaluatie en externe audits de maatregelen voor de waardedocumenten, BRP, BAG, DigiD en Suwinet. 

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is per 25 mei 2018 in werking getreden, waarmee de eisen waaraan verwerkingen van persoonsgegevens moeten voldoen zijn verscherpt. Burgers hebben het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. Ook hebben burgers het recht om gegevens uit de database te verwijderen, tenzij legitieme wettelijke vereisten dit voorkomen. De privacyrechten van burgers zijn daarmee uitgebreid en versterkt. Gegevensbescherming en privacy dringen door in alle processen binnen onze gemeentelijke organisatie. In 2019 gaan we verder werken aan de inrichting van onze processen, systemen en interne organisatie conform de privacywetgeving. De gemeente beschikt over een register van verwerkingsactiveiten en houdt deze actueel om daarmee te kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. De Functionaris Gegevensbescherming houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels. Privacy heeft een direct raakvlak met informatiebeveiliging en vraagt continue aandacht en investeringen.

 

Communicatie, ICT en OWO afdelingen

Communicatie
We spelen in op de belangrijke (online) trends en een eenduidige profilering van de gemeente over alle projecten en activiteiten heen. Niet alleen offline, maar we ontwikkelen ook online door, in beeld, tekst en video. We maken steeds meer gebruik van animatie, infographics en film. Naast uitvoerende activiteiten richt communicatie zich ook dit jaar op het stimuleren, coachen en ontwikkelen van communicatiebewustzijn en -vaardigheden van de organisatie. We zetten in op webcare in combinatie met het Klanten Contact Centrum. En er kunnen steeds meer diensten online worden aangevraagd. We spelen een adviserende rol in de organisatieontwikkelingen en ontwikkelingen participatie. Communicatie richt zich op diverse onderwerpen zoals; Omgevingswet, zorgeconomie, Visie Sociaal Domein en Het Fonds. Daarnaast worden er veel projecten verder uitgerold zoals de communicatie rondom het uitvoeringsprogramma Biobased Economy en de bouw en opening van het Biosintrum.

 

Informatie- en communicatietechnologie
Ook 2019 staat – net als voorgaande jaren – in het teken van de verdere integratie van de ICT-systemen binnen OWO. We zorgen voor continuïteit en kwaliteit van de ICT-dienstverlening aan de participerende gemeenten.

De informatievoorziening draagt bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid. Dichtbij inwoners, bedrijven en recreanten. We creëren hiermee randvoorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een klantgerichte en effectieve dienstverlening aan inwoners en bedrijven. Voor 2019 hebben we een structureel budget van € 150.000 per OWO-gemeente voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening. De projecten uit het informatiseringsjaarplan zijn conform planning uitgevoerd. Driemaal in het jaar is het jaarplan geactualiseerd. Invliegers vanuit de wetgeving zijn opgenomen en gefinancierd vanuit projecten die minder geld kostten dan oorspronkelijk geraamd. 

 

OWO afdelingen: het fundament van onze samenwerking
In 2017 zijn de OWO-afdelingen in de drie gemeenten gerealiseerd:
  • Beheer & Registratie (Belastingen & Vastgoedinformatie en Backoffice Sociaal Domein) in Oosterwolde.
  • Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk.
  • Bedrijfsvoering in Wolvega.

Deze afdelingen zijn na vier jaar bouwen onlosmakelijk verbonden met deze gemeenten. De OWO-afdelingen vormen met ruim 140 fte en een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke organisaties. Ze dragen bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid.

Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de 4 K’s: Meer Kwaliteit, vergroten van Kennis, vermindering van Kwetsbaarheid en minder (meer)Kosten.

 

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

 

Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In deze begroting nemen we voor het eerst, in het kader van vernieuwing BBV, in de verschillende programma’s informatie op over verbonden partijen. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.

We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

 

SDF

Verband Gemeenschappelijke Regeling Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle 20 Friese gemeenten nemen deel in deze GR. Er vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats tussen gemeenten over (de uitvoer van) deze regeling in het portefeuillehouders overleg.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF) werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.
Financieel belang De centrumgemeente berekent de integrale kosten voor haar dienstverlening door aan gemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet. Onze bijdrage voor 2019 is begroot op € 92.000.
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Het resultaat wordt verrekend met de bijdragen van de gemeente. Er is daarom geen sprake van vermogen.
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's Als het SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en controlcyclus van het SDF.

VRF

Verband Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Een gemeenschappelijke regeling met de 20 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn:
·         Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie pfh’s);
·         Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen);
·         Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen;
·         Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) (3 Ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers).
Gemeentelijk belang en openbaar belang Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken. En het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen
Financieel belang Bijdrage 2019 € 2.324.931:
1. Gezondheid € 169.834
2. Jeugdgezondheidszorg € 755.694
3. Veiligheid € 77.148
4. Brandweer € 1.322.255
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2019 € 2.555 1-1-2019 € 65.055
31-12-2019 € 2.478 31-12-209 € 70.699
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's Als de VRF zich niet houdt aan afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF.

SW Fryslân

Verband Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Er nemen naast Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur: wethouder Bos
Gemeentelijk belang en openbaar belang De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Voor de toekomst heeft de GR besloten de WSW verantwoord en versneld af te bouwen, met aandacht voor de positie van de huidige werknemers. Dit doen we door een gezamenlijk beschutwerkbedrijf (met 8 deelnemende gemeenten) in stand te houden. Nieuwe activiteiten van Caparis N.V. komen niet voor rekening van de aandeelhouders. Verder streeft de GR naar het terugdringen van het subsidie- en exploitatietekort bij Caparis N.V.
Financieel belang Onze exploitatiebijdrage voor de GR SW Fryslân voor 2019 bedraagt € 3.315.000
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
01-01-2019 € 625 01-01-2019 € 6.119
31-12-2019 € 585 31-12-2019 € 5.196
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's Als gemeente lopen we het risico dat het subsidietekort oploopt in de komende jaren. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Recreatieschap

Verband Recreatieschap Drenthe te Diever
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle 12 Drentse gemeenten nemen deel. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Jongsma
Gemeentelijk belang en openbaar belang Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak. Het is het instrument waarmee gezamenlijke acties kunnen worden ondernomen, beleidszaken kunnen worden afgestemd en gemeentegrens-overschrijdende zaken kunnen worden opgepakt. Individuele vraagstukken kunnen bovengemeentelijk (en daardoor in breder verband) worden opgepakt. “Samen is meer dan de som der delen”.
Financieel belang Bijdrage 2019: € 75.100
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2019 € 677 1-1-2019 € 685
31-12-2019 € 685 31-12-2019 € 685
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De bijdrage is beperkt en de regeling heeft een financieel gezonde positie.

FUMO

Verband Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân.
Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen.
Financieel belang Bijdrage 2019 € 244.950
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2019 € 200 1-1-2019 € 3.075
31-12-2019 € 527 31-12-2019 € 3.100
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De FUMO vult een organisatie in op basis van uitgangspunten en een bedrijfsplan uit 2012. Intussen is gebleken dat die uitgangspunten niet meer actueel zijn. Dit verhoogt het risico van financiële tekorten in de aanloopfase. Diverse gemeenten, waaronder de OWO-gemeenten, hebben in een zienswijze aan de bel getrokken en dringend gevraagd om uiterst sober en zuinig te opereren. We voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan.

Hûs en Hiem

Verband Hûs en Hiem te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Een Gemeenschappelijke Regeling van deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. Vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang De commissie Ruimtelijke Kwaliteit Hûs en Hiem, welstandadvisering en monumentenzorg heeft als doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeente te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland. Betrokken gemeenten moeten op grond van de nieuwe Omgevingswet een onafhankelijke commissie benoemen die zich uitspreekt over verbouwingen, sloop of verplaatsing van rijksmonumenten. Daarnaast adviseert deze commissie ook over meer kwaliteitsvragen dan monumenten alleen.
Financieel belang Voor de dienstverlening biedt de gemeente geen vergoeding aan deze GR. Leges die de GR - Hûs en Hiem bij de gemeente in rekening brengt worden één op één doorberekend naar de aanvrager. De Gemeenschappelijke Regeling is budgetneutraal.
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 * Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 166 1-1-2017 € 107
31-12-2017 € 322 31-12-2017 € 94
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's In feite loopt de gemeente geen risico. Kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het teruglopen van de bouwactiviteiten in relatie tot de financiële crisis zoals we die in de afgelopen jaren hebben ervaren. Dit risico kunnen we verminderen door in te spelen en actief te reageren op ontwikkelingen en toekomstprognoses in de begroting. Zo kunnen we daar waar nodig bijsturen of zelfs maatregelen afdwingen om de kosten dekkend te maken voor de komende jaren. Dit alles conform de eisen en voorschriften zoals die zijn gesteld in de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem.
* Geen geprognosticeerde balans aanwezig

Caparis

Verband Caparis NV te Drachten
Vennootschappen en Coöperaties
Deelnemers Er nemen naast Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) door wethouder Verhagen.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Vanuit deze regeling nemen wij deel in Caparis N.V. De kernactiviteit is “het aanbieden van arbeidsplaatsen in het kader van de (voormalige Wet) sociale werkvoorziening voor inwoners uit de gemeente Ooststellingwerf” . Het beleidsvoornemen voor de deelname in Caparis N.V. is het stimuleren van de beweging van binnen naar buiten. Dit betekent dat meer SW-werknemers gaan werken in het reguliere bedrijfsleven door middel van uitplaatsing, detachering, jobcarving en functiecreatie. Verder is het streven het bedrijfsresultaat te verbeteren. Dit wil Caparis N.V. realiseren door meer en nieuwe opdrachten te verwerven, het verbeteren van de netto toegevoegde waarde op arbeid en het verlagen van huisvesting- en personeelslasten.
Financieel belang De gemeente is aandeelhouder.
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 * Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
01-01-2017 € 13.920 01-01-2017 € 9.966
31-12-2017 € 16.091 31-12-2017 € 7.505
Verwachte resultaat x € 1.000 * € 2.171 (2017)
Risico's Als gemeente lopen we het risico dat het subsidietekort oploopt in de komende jaren. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.
* Geen geprognosticeerde balans aanwezig

Omrin

Verband Omrin:
a. Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN) te Leeuwarden
b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden
Vennootschappen en Coöperaties
Invloed Gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Omrin (Afvalsturing en Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald.
Financieel belang Aandelenkapitaal:
a. € 54.457
b. € 46.807
Het uitbetaalde dividend over 2017 bedraagt € 3.213 (Afvalsturing)
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 * a. Eigen vermogen: a. Vreemd vermogen
1-1-2017 € 44.721 1-1-2017 € 180.871
31-12-2017 € 48.680 31-12-2017 € 160.130
b. Eigen vermogen: b. Vreemd vermogen
1-1-2017 € 7.412 1-1-2017 € 16.871
31-12-2017 € 7.908 31-12-2017 € 16.979
Verwachte resultaat x € 1.000 * a. € 4.080 (2017)
b. € 1.167 (2017)
Risico's De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.
* Geen geprognosticeerde balans aanwezig

BNG

Verband N.V. Bank Nederlandse gemeenten te Den Haag
Vennootschappen en Coöperaties
Gemeentelijk belang en openbaar belang De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De burgemeester van Ooststellingwerf vertegenwoordigt de gemeente.
Financieel belang 18.720 aandelen a € 2,50 nominaal. Het dividend over 2017 is € 47.361
Vermogen x € 1.000 * Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 4.486.000 1-1-2017 € 149.483.000
31-12-2017 € 4.953.000 31-12-2017 € 135.041.000
Resultaat x € 1.000 * € 393.000 (2017)
Risico's De onderkende risico’s voor de verbonden partij zijn minimaal. BNG publiceert op hun website het risicoprofiel. Daaruit blijkt dat door de topratings de bank in staat is tegen lage prijzen geld aan te trekken op de geld- en kapitaalmarkt. De BNG hanteert een strak kapitalisatiebeleid. De bank heeft een gezonde financiële positie.
* Geen geprognosticeerde balans aanwezig

SBMVO

Verband Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde
Stichtingen en Verenigingen
Gemeentelijk belang en openbaar belang De stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed beheert en exploiteert en houdt de voorziening (= de Kampus) in stand voor de huidige gebruikers (= het Stellingwerf College, Kunst & COO en de Openbare Bibliotheek). Maar ook voor culturele evenementen en overige activiteiten in het openbaar belang en voor de inwoners van Ooststellingwerf. De Stichting is volle eigenaar en is verantwoordelijk voor de meerjarige instandhouding van de Kampus.
Financieel belang De gemeente staat garant voor een lening van € 1 miljoen.
Vermogen x € 1.000 * Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2016 € 59 1-1-2016 € 1.446
31-12-2016 € 52 31-12-2016 € 1.482
Resultaat x € 1.000 * € -7 (2016)
Risico's Een risico is dat de Stichting door onvoorziene omstandigheden zijn taak niet meer kan uitvoeren (bijvoorbeeld als een van de huidige gebruikers ophoudt te bestaan). Dit risico wordt beperkt doordat indien nodig bestuurlijk overleg plaatsvindt. Daarnaast ontvangen wij als gemeente jaarlijks het jaarverslag van de Stichting, dat we aan de gemeenteraad ter decharge voorleggen. Ooststellingwerf staat garant voor de lening van € 1.000.000. Uit de jaarrekening van de Stichting blijkt dat de stand van de liquide middelen samen met de activa ongeveer 1,5 keer de hoogte van de lening is. Daarom is het financiële risico voor ons gering.
* Geen geprognosticeerde balans aanwezig

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Grondbeleid

De gemeente is van actief grondbeleid overgegaan naar facilitair grondbeleid. Daarbij is de nadruk komen te liggen op de uitvoering van de wettelijke taken: volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (RO). De gemeente heeft vanuit de Huisvestingswet de volkshuisvestelijke taak. De RO taak is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening uit hoofde van de procedures van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 

Faciliterend grondbeleid gaat uit van "gebiedsontwikkeling door derden". Uit Hoofdstuk 6.4 Wro vloeit voort dat  het kosten verhaal daarbij verplicht is. De gemeente stelt het bestemmingsplan vast waarbij de kosten van gemeenschapsvoorzieningen worden verhaald. Dit gebeurt door het sluiten van een (anterieure) overeenkomst. Als dat niet lukt dient er een exploitatieplan opgesteld te worden. 

 

Algemene beleidslijn

Het realiseren van gebiedsontwikkeling en volkshuisvesting vraagt om een op maat gesneden aanpak. De aanpak die in de Woonvisie 2017-2022 voorstaat, is om het beleid verder uit te werken in (flexibele) uitwerkingsagenda’s. Het grondbeleid staat ook in het kader van de Woonvisie. In de toekomst moeten we meer aandacht hebben voor het 'managen' van de gevolgen van de demografische ontwikkelingen. De komende 10 jaar zet de vergrijzing door. Nadat we eerst een periode van woningverdunning hebben, zet een daling van de bevolking in. Dit heeft gevolgen voor onze in te zetten grondposities. De grondposities hebben we nu (grotendeels) aangewend voor zonnepaneelvelden.

 

Doelstelling
Na de vaststelling van de Woonvisie op 23 mei 2017 wordt ook de nieuwe Nota grondbeleid hierop aangepast. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.”
De nieuwe Nota grondbeleid zal in het kader staan van de uitvoering (instrumenteel) van de Woonvisie.

De wijze waarop we het grondbeleid uitvoeren

Extern: het grondbeleid is gericht op:

  • ruimtelijke kwaliteit;
  • het stimuleren van plaatselijke economie;
  • het inzetten op duurzaamheid;
  • het opstellen van economisch beleid;
  • het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid;
  • vraaggerichte aansluiting bij lokale initiatieven.

Intern: Het grondbeleid aanpassen aan de trends en ontwikkelingen in de samenleving.

  • richt het grondbedrijf zich primair op de volkshuisvestelijke en wettelijke taken uit de Wro;
  • voldoet het grondbedrijf aan de kwaliteitscriteria van het BBV;
  • heeft het grondbedrijf een interne bezetting (fte) met voldoende kennis en kunde (functies) om de regie goed uit te kunnen voeren;
  • is het grondbedrijf robuust, toekomstbestendig, gericht op continuïteit en in staat om te anticiperen op conjuncturele ontwikkelingen;
  • is het grondbedrijf financieel transparant en gezond (inzet op maximale terugverdiencapaciteit);
  • heeft het grondbedrijf nieuwe dwarsverbanden met de leefbaarheid.

Alles is te herleiden naar de ambities die we als gemeente nastreven. De uitkomst is de uiteindelijke realisatie van de gemeentelijke ambitie.

 

Uitvoering

Woningbouwopgave
De corporaties Actium en WoonFriesland hebben op korte termijn geen plannen meer om nieuwe huurwoningen te bouwen. Ook heeft Actium aangegeven dat ze woningen afstoot (op beperkte schaal) en oog heeft voor verbetering van hun huurwoningen. Met de corporaties zijn hierover prestatieafspraken gemaakt. Particuliere initiatieven voor woningbouw beginnen op kleine schaal weer te lopen. De ontwikkeling in Oosterwolde aan de Elsjeshof is afgerond. In Elsloo en Langedijke liggen nog gronden op voorraad. Ook is het bestemmingsplan Donkerbroek-West bouwrijp gemaakt en is de uitgifte van kavels is gestart. De eerste kavels zijn inmiddels ook al verkocht.
De Woonvisie geeft de (cijfermatige) onderbouwing van de woningbouwprognose. Hoewel de inschattingen op de demografische ontwikkelingen enigszins fluctueren, is de algemene trend dat Ooststellingwerf een anticipeer gemeente is. De Woonvisie laat zien dat tot 2020 nog ruimte voor nieuwe woningbouw is. Deze ruimte is door de provincie begrensd, er is een einde gekomen aan het ‘plafondloos bouwen op inbreidingslocaties’. We moeten kijken naar de langere termijn effecten van nieuwe woningbouw. De verwachting, gelet op de demografische ontwikkelingen, is dat er woningen zullen ‘overblijven’ in onze gemeente. Het is noodzakelijk dat het uitvoeringsprogramma met deze inzichten rekening houdt.

 

Complexen grondexploitatie
Actief grondbeleid wordt facilitair grondbeleid
De gemeente zal hiervoor de nadruk leggen op facilitair grondbeleid. Voor de lopende complexen lopen we binnen de exploitatie toch nog wel enig risico doordat rentelasten verder doorlopen in een langere exploitatie. Dit ligt vooral in het afzettempo van de woningbouwgrond.

We zijn zeer terughoudend met de aankoop van grond, we zijn immers afgestapt van het actief grondbeleid. Temeer omdat een aankoop nagenoeg gelijk wordt gevolgd door een afwaardering. De gronden die door de gemeente zijn aangekocht behouden we na afwaardering. De reden daarvoor is dat we ze gebruiken voor zonnepaneelvelden.


Ontwikkelingen niet-woningbouw
  • Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord: het plan zet in op de verbetering van de openbare ruimte en het faciliteren van particulier initiatief.
  • Appelscha Boerestreek: het plein aan de Boerestreek is opgeknapt en er is nieuwe horeca gebouwd.
  • Masterplan Regio Appelscha: het plan voorziet in maatregelen om recreatie en toerisme ite stimuleren.


Bedrijventerreinen

  • Oosterwolde Venekoten: een strook bedrijfsterrein is ontsloten; deze grond is bijna voor de helft uitgegeven. De rest is in optie of nog vrij. Het Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord zet in op de revitalisering van het gebied Venekoten-Noord.
  • Oosterwolde Ecomunity: dit is een particulier initiatief, gericht op de realisatie van een hoogwaardig duurzaam bedrijvenpark met een kenniscentrum.
  • Haulerwijk De Turfsteker: in Haulerwijk is nog een gedeelte van het bedrijventerrein beschikbaar. 
  •  

Grondexploitatie

Winstnemingen grondexploitatie
Voor de lopende complexen hebben we geen hoog risico. In overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de winsten die genomen konden worden (inclusief de winst bij afsluiting van de complexen) toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG).

Bij verkoop van gronden (kaveluitgifte) wordt de gemeente ook geconfronteerd met de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting verrekenen we met het betreffende complex.

 

Algemene reserve grondexploitatie
Het doel van de ARG is om de winsten van de complexen toe te voegen en over deze reserve te beschikken indien een complex niet kostendekkend is (een soort vereveningsfonds). Ook renteverliezen ten gevolge van een langere looptijd van een complex komen ten laste van de reserve. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie is het op peil houden van de reserve van essentieel belang.
We hebben in 2017 een tussentijdse winst moeten nemen, op basis van gewijzigde voorschriften BBV, van € 550.000. € 515.000 is vrijgevallen ten gunste van het resultaat 2017. De verwachte stand van de reserve is per 1-1-2019 € 2.251.000. Naast een bedrag van € 519.000 als ARG, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 1.732.000 beschikbaar.

 

Budget strategische aankopen
Het budget strategische aankopen is feitelijk een jaarlijks mandaat van de gemeenteraad aan het college om snel strategische aankopen te kunnen doen. Naar verwachting vindt nog zeer beperkt strategische aankopen plaats. Het college kan strategische aankopen verrichten tot een bedrag van € 1.000.000 per jaar. De voorwaarden om het krediet aan te mogen spreken staan in de ‘Nota Grondbeleid’. (zie financiële verordening 2017 Ooststellingwerf ex artikel 212 Gemeentewet,artikel 16, derde lid). 

 

Meerjarenbegroting grondexploitatie
Per complex (woningbouwgronden en industriegrond) houdt de gemeente een exploitatie bij waarin de huidige stand van zeken is opgenomen en een prognose wordt gegeven over de verdere looptijd van de exploitatie (doorgaans 10 jaar). De cijfers zijn op basis netto contante waarde ( NCW).

 

Paragraaf 8 | Gebiedsuitwerking

Gebiedsuitwerking

De maatschappij is altijd in beweging. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de beleidslijn ingezet van een terugtredende overheid naar meer initiatief voor de maatschappelijke instellingen. Deze paragraaf geeft inzicht in de veranderende maatschappelijke setting, om het voorzieningenniveau en de (fysieke en sociale) leefbaarheid ook in de toekomst in stand te houden. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Ook stimuleren we dorpen om meer samen te werken.

 

Algemene beleidslijn

Blik op de toekomst
Het primaat van de inrichting van de maatschappij komt steeds meer bij de inwoners te liggen. De term participatiemaatschappij begint steeds meer te beklijven. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Als gevolg hiervan neemt de zeggenschap van inwoners toe.

 

Coalitieakkoord "Samen aan de slag"
Sinds mei 2018 is het Coalitieakkoord 2018-2022 "Saemen an de slag" van kracht. Eén van de speerpunten is het in stand houden van de leefbaarheid van alle kernen. Initiatieven vanuit de bevolking worden waar mogelijk ondersteund. De gemeente wil daarin een actieve rol spelen. Plaatselijke belangen, wijk- en bewonerscommissies en andere belangenverenigingen zoals "OSO" en stichting "DO" en energie coöperatie "De Eendracht" zullen nog meer worden betrokken bij het reilen en zeilen in onze gemeente. Niet alleen signaleren en aandragen van onderwerpen, maar ook actief bij de totstandkoming van besluitvorming en het uitvoeren van plannen, ieder vanuit zijn specifieke rol; met de juiste facilitering.

Uitvoeringprogramma 2018-2022
Het Uitvoeringsprogramma 2018-2022 is een integrale vertaling van de voornemens uit het Raadsprogramma 2018-2022 en het Coalitieakkoord 2018-2022. U heeft op 17 juli 2018 ingestemd met het verwerken van het uitvoeringsprogramma (inclusief met moties en amendementen) in de Programmabegroting 2019-2022. Speerpunten hierin om de leefbaarheid te borgen zijn het in standhouden van de dorpsbudgetten voor alle inwoners, de vervolgstap om actief in te zetten op Participatie en het continueren van Het Fonds in de periode 2018-2021

Omgevingswet
De geplande datum van in werking treden is nu 1 januari 2021. De wet voorziet in het vaststellen van een omgevingsvisie; deze staat gepland voor 2019. Als deze visie door de raad is vastgesteld vervalt de Structuurvisie 2010-2020-2030 en de daaraan gekoppelde notitie Platteland aanzet.

 

Beleid
In het voorjaar van 2012 is de notitie ‘Platteland aanzet’ (Kaders gebiedsuitwerkingen) vastgesteld, met als doel het waarborgen van de leefbaarheid en de kwaliteit van de voorzieningen. Deze notitie is een uitvloeisel van de Structuurvisie 2010-2020-2030; Ooststellingwerf, de grenzeloze toekomst. Deze is op 15 september 2009 vastgesteld. In deze visie komen drie relevante zaken naar voren:
  • De demografische veranderingen;
  • De voorzieningen voor de inwoners;
  • De indeling van de gemeente in vier overlappende gebieden.

U heeft in het voorjaar van 2012 ook kennisgenomen van de notitie “Voortgang pilot dorpsagenda’s / gebiedsagenda’s” en ingestemd met de gewijzigde aanpak in het vervolgtraject (= versnellen en vereenvoudigen). Doel hiervan is de toegankelijkheid en de kwaliteit van de voorzieningen te waarborgen, de samenwerking tussen de dorpen te stimuleren en het opstellen van dorps- en gebiedsagenda’s in de vier gebieden. De notitie stoelt op de volgende uitgangspunten:

  • Dorpsagenda’s focussen op leefbaarheid op dorpsniveau;
  • Notitie “Platteland aanzet” geeft gemeentelijke kaders en uitgangspunten;
  • Gebiedsagenda’s focussen op het delen van voorzieningen door de dorpen in een gebied;
  • Het opstellen van dorpsagenda’s versnellen en vereenvoudigen;
  • Versneld opschalen naar gebiedsagenda’s.

In april 2018 heeft u ingestemd met de notitie 'Participatie in Ooststellingwerf, samen aan de slag!'. Centraal hierbij is de vraag: Hoe kunnen we de kracht van de gemeenschap optimaal benutten voor het invoeren van alle vormen van participatie? Dit willen en zullen we ook toepassen het uitvoeren van nieuwe en bestaande beleidsdoelstellingen. Burger- en overheidsparticipatie krijgen de komende periode een stevige verankering in het gemeentelijk bestel. We willen een gemeente zijn die dicht bij de inwoner staat en als betrouwbaar en betrokken wordt ervaren. Door gebruik te maken van de diverse participatievormen, gaan we de mogelijkheden van het particulier initiatief nog meer stimuleren.

 

Gebiedsbeleid

Gebiedsagenda’s (Programma 3, Thema 3.4 Bouwen & Wonen)
In 2013 zijn in samenwerking met de vier gebieden vier gebiedsagenda’s opgesteld.
  • Oosterwolde;
  • De kanaal- en wegdorpen tussen Haulerwijk en Oosterwolde (gebied Haulerwijk);
  • Tussen het Drents-Friese Wold en het Fochtelooerveen (gebied Appelscha);
  • Tussen de Tjonger en de Lende (gebied Oldeberkoop).

Op 10 verschillende thema’s is aangegeven welke voorzieningen belangrijk zijn voor het behoud van de leefbaarheid in de dorpen:

  • Woonomgeving;
  • Wonen;
  • Verkeer en bereikbaarheid;
  • Recreatie en toerisme;
  • Sport en ontspanning / voorzieningen;
  • Werkgelegenheid / bedrijvigheid;
  • Onderwijs;
  • Zorg;
  • Cultuur en historie;
  • Duurzaamheid.

Door het opstellen van de gebiedsagenda’s is het besef ontstaan dat niet de individuele dorpen, maar de vier gebieden de entiteit zijn waar in de toekomst de gesprekken en de afspraken met de gemeente plaatsvinden. De gebiedsagenda’s gelden daarbij als kader voor de afstemming met de gebieden over de 10 thema’s. De wijze van communiceren werken wij verder uit.

De naamstelling in de regio-overleggen is gewijzigd. In april 2015 zijn tijdens het overleg van de Overkoepelende Plaatselijke Belangen Ooststellingwerf (OPBO) inhoudelijke en procedurele afspraken gemaakt over de invulling.

 

Dorpsbudgetten (Programma 2, Thema 2.1.3)
Vanaf 2011 ontvangt elk dorp en de 4 wijken in Oosterwolde een eigen budget (€ 1.000 per dorp/€ 250 per wijk + € 1 per inwoner). Dit is bedoeld om de sociale samenhang en de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van de dorpen en wijken te stimuleren. Maar ook voor het ondersteunen van activiteiten en projecten op het niveau van dorpen en wijken. De dorpsbudgetten voorzien in een behoefte en functioneren naar volle tevredenheid Bij de Programmabegroting 2018-2021 zijn de dorpsbudgetten structureel verhoogd met € 25.000 tot € 65.000.

De dorpen/wijken zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding, zonder tussenkomst van de gemeente. Vanaf 2012 heeft elk dorp en de vier wijken in Oosterwolde de beschikking over 100 uren Caparis via een strippenkaart. Dit is bedoeld om de dorpen/wijken leefbaar te houden. Hiervoor is ook het Project Dorps- en Wijkbeheer gestart. Dit is een samenwerkingsverband van de buitendienst, Caparis en de dorpen/wijken, bedoeld om de dorpen/wijken te ondersteunen met het treffen van maatregelen en voorzieningen in de openbare infrastructuur.

Participatie (Programma 4, Thema 4.4)
Door het toepassen van overheidsparticipatie streven we het volgende na:

  • toename van betrokkenheid van onze inwoners bij vraagstukken in hun dorp/wijk
  • toename van ervaren zeggenschap en eigenaarschap en (3) toename van het lerend vermogen van de gemeentelijke organisatie.

In 2018 (aanloopjaar) is een budget beschikbaar van € 250.000. Voor 2019-2021 is een gemiddeld jaarlijks budget van € 500.000 beschikbaar. De budgetten zijn inclusief uitvoeringskosten.

Het Fonds (Programma 4, Thema 4.5)
In 2018 en 2019  is er een pilot met regiobudget van € 50.000. De regio's kunnen dat gebruiken voor dorps overstijgende plannen. Evaluatie en de aanwezigheid van plannen bij de overige regio's leidt wel of niet tot een vervolg van het regiobudget. Voor de periode 2018-2021 is € 250.000 per jaar beschikbaar. 

 

Bottum-up projecten in relatie tot de Streekagenda Zuidoost Fryslân (Programma 3, Thema 3.1.1)
Het project Plattelânsprojecten is gestopt en vervangen door het Iepen Mienskipsfûns. De gemeentelijke cofinanciering is vervallen, maar de doelstelling is niet gewijzigd.

De Streekagenda Zuidoost Fryslân is opgesteld door vijf gemeenten (Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf), alsmede het Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân. De Streekagenda geeft focus aan de uitvoering van projecten voor de ontwikkeling van Zuidoost op regionale schaal. Het is een groeimodel voor een regionale gebiedsgerichte aanpak en samenwerking, met als doel een leefbaar platteland. Het is ook een middel om de regionale samenwerking en gebiedsgerichte aanpak verder te versterken, met als doel de regio sterker en mooier te maken. Als overheden onderling, maar ook met maatschappelijke partners.

 

Aanvalsplan Aandachtsgebieden/gelden Benedictus (Programma 1, Thema 1.3 Participatie)
In 2011 is het project Aanvalsplan Stimuleringsregeling Aandachtsgebieden Fryslân gestart met een doorlooptijd tot 2024. Dit project is gericht op de wijken Haerenkwartier en Oosterwolde-Zuid. Het omvat een integrale aanpak van de problematiek op fysiek en sociaal terrein in deze wijken, in samenspraak met de bewoners. Het project is vanaf 2017 verlengd. Deze integrale aanpak passen we ook in Haulerwijk toe in relatie tot het project 'Het Betrokken Dorp', met een looptijd van 2017 t/m 2019.

 

Financiën

bedragen x € 1.000
Financiën paragraaf 8 Gebiedsuitwerking
Eenmalig
Aandachtsgebieden/Benedictus 2017-2019 104
Structureel
Dorpsbudgetten 66
Caparis (1.600 uur) 40
Cofinanciering projecten Streekagenda 36

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

In september 2017 heeft u de Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 vastgesteld. Dit is een doorstart van het Milieubeleidsplan 2010-2016. Op basis van ervaringen en resultaten zijn de doelen en ambities aangescherpt. De focus ligt op de thema’s Duurzame Energie, Afval als Grondstof, Biobased Economy en Biodiversiteit. Samen met inwoners, bedrijven en instellingen stellen we per thema een uitvoeringsagenda op, waarin we de weg naar realisatie met u vastleggen. De focus van de eerste uitvoeringsagenda’s ligt op de periode 2017-2020. De uitvoeringsagenda’s bevatten subthema’s met concrete projecten en een financiële onderbouwing die aan u worden voorgelegd ter besluitvorming. De voortgang wordt gerapporteerd via de PenC-cyclus. We rapporteren dan niet alleen over de (project)resultaten, maar ook waar we staan in de verschillende benchmarks zoals de gemeentelijke duurzaamheidsindex, de Governance monitor duurzame gemeenten, de Klimaatmonitor, de monitor van de Omrin (OARS) en de Milieubarometer.

 

Energie

Doelstelling: een duurzame, energieneutrale gemeente in 2030 (Programma 3, Thema 3.3.1)
In 2030 gebruiken we niet meer energie (in TJ) dan we zelf duurzaam opwekken. We gebruiken zo spaarzaam mogelijk energie en als we energie gebruiken, doen we dat zo efficiënt mogelijk. Energie wekken we duurzaam op, met zo min mogelijk uitstoot van CO2. Door energieneutraal te worden, verlagen we onze CO2-uitstoot substantieel. Om onze doelstelling te behalen, moeten we flink versnellen. In het huidige tempo zijn we pas over 44 jaar energie neutraal. We blijven daarom inzetten op energiereductie en het duurzaam opwekken van energie.

Om onze ambitie te realiseren, zetten we in op grootschalige opwekking van zonne-energie, verduurzaming van de bebouwde omgeving en onderzoeken we de mogelijkheden van kleinschalige windenergie. We verbinden en onderzoeken de mogelijkheden voor lokale energienetwerken (Smart Grids) 1). Opslag van energie is daarin ook een onderwerp van groot belang. Nieuwe duurzame vormen van mobiliteit dragen bij aan onze verduurzaming en houden ons gebied ook in de toekomst voor iedereen bereikbaar. We volgen de ontwikkelingen op dit gebied en stimuleren waar mogelijk. We maken gebruik van laagrentende leningen om duurzame maatregelen te stimuleren. Verder willen we waterstofgas als energiedrager verder ontwikkelen. Om inzichtelijk te krijgen welke maatregelen noodzakelijk zijn om onze ambitie voor 2030 te halen, ontwikkelen we een energietool.

1) Smart grid is een elektriciteitssysteem dat gebruikmaakt van informatie, tweerichtingsverkeer, communicatietechnologieën en computerintelligentie op een geïntegreerde manier voor elektriciteitsopwekking, -distributie en -consumptie.

 

Afval als grondstof

Doelstelling: een duurzaam schone leefomgeving, niet meer te verbranden restafval dan 100kg per inwoner per jaar én 75% recyclen van het ingezamelde afval in 2020 (Programma 3, Thema 3.3.2)
We zetten in op meer scheiding en minder restafval. ‘Diftar’ en nascheiding blijven. Om te komen tot een eerlijke afrekening van de afvalstoffenheffing en om inwoners te stimuleren afval beter te scheiden, en vooral geen gft-afval meer in de ‘Sortibak’ te doen, gaan we afrekenen op gewicht (Diftar+) per 2019 en niet meer per lediging (afhankelijk van de heroverweging september 2018). De ‘Biobak’ wordt niet gewogen; hiervoor houden we vast aan het € 1,- tarief per lediging. Versnellen is nodig om onze doelstellingen vóór 2020 te halen.

Samen met inwoners, plaatselijke belangen en buurtcommissies blijven we inzetten op een schone en veilige leefomgeving. Vooralsnog worden projecten en acties met betrekking op de leefomgeving zoals aanpak zwerfafval en hondenpoep gecontinueerd. Aan de hand van resultaten van de ‘Leefbaarometer’ sturen we bij.

 

Biobased Economy

Doelstelling: ontwikkelen van een Biobased economie (Programma 3, Thema 3.1.2)
Op dit moment is de Biobased Economy wereldwijd gezien een ‘bewegend doel’. Er bestaat geen stappenplan of handboek dat voorschrijft hoe men zo’n economie ontwikkelt. Om als gemeente toch grip te krijgen op deze ontwikkeling, hebben we concrete doelstellingen geformuleerd voor 2020. Deze zijn beschreven in het ‘Uitvoeringsprogramma Biobased economy’. Het programma omvat 50 projecten en 40 verschillende partners.

Inmiddels zijn de eerste projecten gestart. Deze dragen bij aan duurzame innovaties op het gebied van Agro & Food, Bouw & Materiaaltoepassingen en Recreatie & Toerisme binnen onze gemeente. Voorbeelden zijn het haalbaarheidsonderzoek naar een voedselbos waarin voedselproductie en natuur hand-in-hand gaan; het ontwikkelen van een applicatiecentrum voor bio-composieten waarin innovatieve bouwmaterialen getest worden door lokale en regionale bouwbedrijven; en het trainen van 5 tot 10 horecaondernemers om met streekproducten en seizoensgebonden producten te werken, inclusief de logistiek hieromtrent.

 

Biodiversiteit

Doelstelling: overal waar mogelijk passen we beheer op biodiversiteit toe en creëren we bewustwording en draagvlak door het belang van biodiversiteit actief uit te dragen (Programma 3, Thema 3.3.1)
In onze gemeente wordt het nieuwe biodiversiteitsbeheer op steeds meer plekken zichtbaar. Bijvoorbeeld door verschraling van onze bermen en aanleg van bloemrijke bermen. We willen meer samenwerken met inwoners en ondernemers om biodiversiteit onder de aandacht te brengen en te bevorderen. Ook het Wetterskip Fryslân is een partner; biodiversiteit is immers meer dan alleen groen. We continueren ons huidige beleid, maar zetten in op versnelling van uitvoering van projecten en acties. Voor dit onderwerp stellen we een uitvoeringsagenda 'Biodiversiteit’ op.

 

Financiën

bedragen x € 1.000
Financiën paragraaf 9 Duurzaamheid
Eenmalig
Biobased economy (zie voorstellen nieuw beleid € 300.000)
Structureel
Millenniumdoelen en fair trade 12
Aanpak zwerfvuil - Himmelwike 5
Milieueducatie 8
Uitvoeringsplan extra aanpak zwerfafval (tot en met 2022) 30
Structureel budget Milieubeleid (gedekt uit financiële opbrengsten zonnepaneelvelden) 100
Daarnaast ook
Leningen duurzaamheid (zie ook voorstellen nieuw beleid) 500
Stimuleringsregeling duurzame initiatieven (zie ook voorstellen nieuw beleid) 40